Vakantie

Volgens de wet heeft iedere werknemer recht op vier weken vakantie per jaar. Wie vijf dagen per week werkt, heeft dus recht op ten minste 20 vakantiedagen. Wie parttime werkt heeft naar rato recht op vakantiedagen. Een parttimer hoeft immers ook minder dagen op te nemen om toch een hele week vrij te zijn.

Het wettelijke minimum van vier weken vakantie wordt in de meeste bedrijfstakken in Nederland als erg weinig beschouwd. Vaak ligt het gebruikelijke aantal tussen de 23 en 25 vakantiedagen per jaar. Als er een CAO geldt, dan is het aantal vakantiedagen daarin vastgelegd. Klik hier voor meer informatie over opbouw, opname, vervallen en uitbetaling van vakantiedagen.

Opzegtermijn

De opzegtermijn is de termijn die je als werknemer (of als werkgever) in acht moet nemen voordat de arbeidsovereenkomst ontbonden kan worden (zie ook ontslag). De opzegtermijn voor de werknemer staat meestal in je contract. De opzegtermijn voor de werknemer is normaal gesproken een maand. In je arbeidscontract kan worden afgesproken dat de opzegtermijn langer is, maar dat mag nooit langer dan zes maanden zijn. Zie opzegtermijn voor informatie over de opzegtermijn van de werkgever en werknemer.

Het loon

Hoeveel je gaat verdienen hoort in je contract te staan. Je hebt recht op het loon dat hoort bij jouw functie. Hoeveel dat is, vind je terug in de salarisstructuur. Daarin staat welk minimum en maximum bruto-salaris bij welke functie(groep) hoort. Afhankelijk van je ervaring (en hoe goed je hebt onderhandeld) word je ergens tussen dat minimum en maximum ingedeeld. Als het bedrijf onder een CAO valt, kun je de salarisstructuur daar in terug vinden. Kijk ook even of in je arbeidsovereenkomst staat of het bruto-salaris per maand of per 4 weken wordt uitbetaald. Je werkgever mag je niet in een lagere groep indelen omdat je deeltijder/vrouw/buitenlander etc. bent. De enige uitzondering hierop geldt voor jongeren onder de 21 jaar. Zij krijgen meestal het minimum jeugdloon. Hoeveel dat is kun je vinden op de site van de vakcentrale FNV. In veel CAO's is overigens een hoger salaris voor jongeren afgesproken.

Voor hoeveel uur in dienst?

In de arbeidsovereenkomst moet ook staan voor hoeveel uur (in voltijd of deeltijd) je komt werken (de 'arbeidsduur'). Als je in deeltijd gaat werken, kun je proberen om de dagen en/of uren waarop je komt werken vast te leggen in je arbeidsovereenkomst. Dan kan de werkgever ze later niet zomaar zonder jouw toestemming wijzigen. Je nieuwe baas is overigens niet verplicht om de dagen en tijden waarop je komt werken in je contract te benoemen, maar handig is het wel. De wet schrijft geen maximum arbeidsduur voor, maar de Arbeidstijdenwet stelt wel beperkingen aan het aantal uren dat je in een bepaalde periode mag werken. In steeds meer bedrijven met een CAO geldt een fulltime werkweek van 38 uur of minder. Het verschil met een 'standaard' werkweek van 40 uur krijg je dan toegekend in de vorm van ADV-dagen (of ingeroosterde ADV-uren).

Hoeveel vakantiedagen

Volgens de wet heeft iedere werknemer recht op vier weken vakantie per jaar. Wie vijf dagen per week werkt, heeft dus recht op ten minste (4x5=) 20 vakantiedagen. Wie in deeltijd werkt heeft naar rato recht op vakantiedagen. Werk je bijvoorbeeld twee dagen per week, dan heb je recht op (4x2=) 8 vakantiedagen. Een deeltijder hoeft immers ook minder dagen op te nemen om toch een hele week vrij te zijn. Het wettelijke minimum van vier weken vakantie wordt in de meeste bedrijfstakken in Nederland als erg weinig beschouwd. Vaak is het gebruikelijke aantal tussen de 23 en 25 vakantiedagen per jaar. Als er een CAO geldt, dan is het aantal vakantiedagen daarin vastgelegd.

Opbouw van vakantie

Als werknemer bouw je 'al werkend' vakantiedagen op.

  Voorbeeld:   Een werknemer heeft op jaarbasis recht op 24 vakantiedagen. Na 1 maand werken heeft deze werknemer 2 vakantiedagen opgebouwd. Het duurt dan tweeënhalve maand voordat hij of zij een week met vakantie kan.

In de praktijk komt het echter vaak voor dat de vakantiedagen voor het hele jaar aan het begin van het jaar of direct bij indiensttreding worden toegekend. Ga je halverwege het jaar uit dienst, dan moet je je 'niet-opgebouwde' vakantiedagen weer inleveren. Of je teveel opgenomen vakantiedagen terugbetalen.

Opbouw bij ziekte

Als je ziek bent, bouw je maar beperkt vakantiedagen op. Je hebt alleen recht op vakantiedagen voor de laatste zes maanden van je ziekte.

  Voorbeeld:   Een werknemer is vijf maanden ziek, gaat daarna twee weken aan het werk, en is vervolgens weer drie maanden ziek. Omdat de periode van onderbreking hier korter is dan een maand, tellen de eerste vijf maanden ziekte en de latere drie maanden ziekte als een ziektegeval. Inclusief de onderbreking is deze werknemer in totaal achtenhalve maand ziek. Hij of zij heeft dan geen recht op vakantie-opbouw over de eerste tweeënhalve maand ziekte.

Neem je zelf ontslag terwijl je nog ziek bent, dan vervallen die tijdens je ziekte opgebouwde vakantiedagen.

Vakantiedagen opnemen

Volgens de wet heb je als werknemer recht op ten minste twee weken aaneengesloten vakantie. De werkgever moet ervoor zorgen dat de vakantie zoveel mogelijk tussen 30 april en 1 oktober opgenomen kan worden. De werkgever mag bepalen wanneer de vakantie wordt opgenomen, maar alleen na overleg met de werknemer. Is een vakantieperiode eenmaal vastgesteld, dan mag dit alleen in uitzonderlijke situaties (bijvoorbeeld zwaarwegend bedrijfsbelang) worden gewijzigd. De werkgever moet dan de eventuele schade voor de werknemer vergoeden. Bijvoorbeeld de kosten voor het annuleren van een reeds geboekte vakantie.

De werkgever moet de werknemer de gelegenheid geven om zijn of haar opgebouwde vakantiedagen in hetzelfde jaar op te nemen. Alleen in uitzonderlijke situaties (zwaarwegend bedrijfsbelang) mag hiervan afgeweken worden. Als werknemer blijf je recht houden op de dagen die je niet hebt opgenomen, je neemt ze gewoon 'mee' naar het volgende jaar (zie ook 'vervallen').

Als je ziek bent en je gaat op vakantie, dan mag je werkgever daar in principe geen vakantiedagen voor afschrijven. Dat mag alleen als je daar als werknemer zelf toestemming voor geeft, of wanneer in de CAO staat dat dat mag.

In sommige CAO's (bijvoorbeeld de bouw) is een collectieve vakantieperiode afgesproken. Als er in de CAO geen collectieve vakantieperiode is vastgelegd, mag een werkgever die ook zelf vaststellen. Dit kan alleen met instemming van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. Die instemming is ook nodig voor het aanwijzen van collectieve vakantiedagen (bijvoorbeeld de dag na Hemelvaart).

Vervallen

Vakantiedagen vervallen volgens de wet vijf jaar nadat de aanspraak op de vakantiedag is ontstaan (zie ook 'opbouw vakantie'). Wie nog vakantiedagen van een vorig jaar 'over' heeft, neemt deze dus gewoon mee naar het volgende jaar. De eerstvolgende vakantiedag die je in dat jaar opneemt wordt geacht een oude vakantiedag te zijn. Vervolgens moet uit de verlofregistratie duidelijk blijken welke vakantiedagen wanneer zijn ontstaan, om te kunnen bepalen welke dagen vervallen.

Uitbetalen

Het uitbetalen van vakantiedagen is volgens de wet verboden. Het enige moment waarop vakantiedagen uitbetaald mogen worden, is wanneer je uit dienst gaat. Uitbetalen is ook ongunstig, omdat je over vakantiedagen extra belasting moet betalen. Als je nog veel vakantiedagen uit voorgaande jaren over hebt, is het dan ook verstandiger om een regeling met de werkgever te treffen. Bijvoorbeeld door vakantiedagen in te plannen, of door ze op te sparen voor langdurig verlof (voor studie, loopbaan-oriëntatie of eerder met pensioen). Tegenwoordig worden in steeds meer CAO's afspraken gemaakt over het sparen van vakantiedagen.



terug
printversie